“De eerste weken hebben we best wel wat stress gehad. We zijn als dierenarts niet aangemerkt als vitaal beroep maar willen natuurlijk wel graag de zorg blijven bieden. In eerste instantie hebben we alle preventieve en niet direct noodzakelijke zorg uitgesteld. Dat gaf ons ook tijd om de praktijk en de manier van werken opnieuw in te richten zodat er zo min mogelijk mensen tegelijk in de praktijk zijn.

Dat geldt voor de klanten maar ook voor onszelf. We doen nu dienst met één dierenarts en één praktijkassistente en dat is hard werken. Waar mogelijk houden die ook afstand van elkaar maar anderhalve meter is lang niet altijd haalbaar. We hopen ook op duidelijkheid vanuit de overheid hierover over wat wel mag en moet.

De consulten zijn nu langer en we plannen tussendoor 10 minuten. Iedereen moet zijn handen wassen bij binnenkomst en er mag maar één baasje per dier naar binnen. Gelukkig is het nu mooi weer en kunnen we makkelijk vragen om eventueel buiten te wachten. We beginnen het consult ook in de wachtkamer, nemen de gegevens door en vragen naar de klachten. Daarna nemen we het dier mee naar de behandelruimte, soms kan de eigenaar meekijken door het raam. We kunnen eventueel ook een dier aannemen bij de voordeur of medicijnen langsbrengen.

Wat ik, en mijn collega’s ook, nu erg missen is het intermenselijke contact. Emoties zijn heel belangrijk, net als goede, zorgvuldige communicatie en uitleg. Gelukkig krijgen we daar nog steeds complimenten over.

Financieel is het een stap terug en we hebben de aanvulling op het loon (NOW-regeling) aangevraagd. Eerlijk gezegd denk ik dat de grote klap nog moet komen als straks in het najaar duidelijk wordt dat we minder te besteden hebben met zijn allen. Maar ik ben gestart middenin de vorige recessie en weet dus dat ondernemen betekent dat je continu mee moet bewegen. Altijd nadenken over veranderingen en verbeteringen. En je vooral niet laten leiden door angst.”

Annette Lutje Wooldrik-Boer, Dierendokters Zeist